Deze week is het (weer) in het nieuws gekomen: ICT kost energie. Nu is dan becijferd wat een zoekopdracht met Google kost. En dat zijn toch cijfers waar je van opkijkt.
Wat dat betreft lijkt het of Vragenplein.nl precies op tijd komt. Geen intensieve zoektochten, niet uren googelen, maar doelgericht een vraag stellen en/of beantwoorden. Waardoor feitelijk slechts enkele systemen geactiveerd worden en energie verbruiken!
Klik hier voor het laatste nieuws hierover op Nu.nl
Hieronder een artikel dat verscheen op Intermediair.nl op 28-05-2008
Veertig miljard keer per maand wordt er bij Google aangeklopt. Even googelen kost net zoveel energie als een uur een spaarlamp laten branden. ‘Als de groei tot 2030 aanhoudt, dan zou het energieverbruik van alleen het internet net zo groot zijn als al het mondiale energieverbruik van nu.’
‘In de zomer, als de energieprijs hoog is, dan zet ik deze aan en verkoop ik elektriciteit aan de energiemaatschappij.’ In het nieuwe datacentrum TCN Eemshaven wijst sitemanager Kees Loer naar een aantal noodaggregaten van het formaat bestelbus. Samen kunnen ze 36 megawatt energie leveren, genoeg voor een stad als Heerenveen. Buiten zijn in de verte fabrieken, windmolens en bouwkranen te zien. Dichterbij staat de elektriciteitscentrale Eemshaven. TCN is ook niet toevallig in het noorden van Groningen neergestreken: de stroomvoorziening is goedkoop en uiterst betrouwbaar. Hoewel het datacentrum net een half jaar in bedrijf is, heeft projectontwikkelaar TCN al plannen voor nieuwe centra. Loer: ‘De vraag naar datacentra met veel elektrisch vermogen is enorm.’ Banken, universiteiten, ziekenhuizen en webhosting-bedrijven hebben hun computers bij TCN Eemshaven gestald. En niet te vergeten de Amerikaanse zoekmachine Google, die onlangs in het Amerikaanse Oregon al een enorm datacentrum opende met een vermogen van 100 megawatt. Waar is al deze energie voor nodig? Hoeveel energie kost het internet wel niet? En beloofde internet niet ooit een schone economie doordat fysiek reizen, opslag en papier overbodig zouden worden?
Google heeft naar schatting wereldwijd een miljoen servers draaien om zijn zoekmachine aan de praat te houden. Hoeveel servers precies weet alleen Google, want het bedrijf wil hier geen enkele informatie over naar buiten brengen. Het wil ook niet vertellen hoeveel energie een zoekopdracht kost en hoeveel energie het bedrijf in totaal verbruikt. Voor een schatting van het energieverbruik van de zoekmachine, moet je allereerst weten hoe Google ongeveer werkt. Volgens Maarten Marx, universitair docent informatica aan de Universiteit van Amsterdam, heeft het bedrijf een index gemaakt van alle woorden die op het internet te vinden zijn, vergelijkbaar met een alfabetische zoekindex achterin een boek. Deze index wordt continu vernieuwd. Om dit te kunnen doen, heeft Google zeven tot negen kopieën van het internet op verschillende plaatsen in de wereld opgeslagen. De enorme zoekindex is opgeslagen in datacentra in vrijwel alle landen van de wereld, zoals die in de Eemshaven. Doet iemand een zoekopdracht, dan maakt zijn computer contact met een Google-computer in een datacentrum. Deze computer graaft in de index en laat de huiscomputer vervolgens weten in welke internetpagina’s de zoekterm voorkomt. Drukt de zoeker vervolgens op de link van zijn keuze, dan verlaat hij Google en haalt de website op bij de originele bron dat kan overal ter wereld zijn. Drukt hij op de link In cache, dan komt één van de Google’s kopieën tevoorschijn.
Om veertig miljard zoekopdrachten per maand te verwerken, heeft Google zoals gezegd een miljoen computers opgesteld. Op basis van die cijfers (en een gemiddeld verbruik van 400 watt per computer), is te berekenen dat één zoekopdracht evenveel energie verbruikt als een spaarlamp in een uur. Maar ook het vervoer van de informatie over het internet kost energie (op ieder internetknooppunt is een klein beetje energie nodig om de informatie in de juiste richting te sturen) en die is in deze schatting niet meegenomen. Volgens Ton Koonen, hoogleraar elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven, is het daarom ondoenlijk om na te gaan hoeveel energie exact nodig is voor een Google-zoekopdracht. Om te beginnen is al nauwelijks te achterhalen welke weg de informatie precies aflegt, zegt Koonen. ‘90 tot 95 procent van het internetverkeer loopt via de Verenigde Staten, zelfs als je een website bezoekt van een winkel bij jou in het dorp’, aldus Koonen.
Het energieverbruik van het hele internet is wel redelijk te schatten. Gerhard Fettweis, hoogleraar elektrotechniek aan de technische universiteit van Dresden, zocht het aanvankelijk uit voor Duitsland. Fettweis berekende dat alle datacentra en infrastructuur - zoals routers en internetknooppunten - in 2006 gezamenlijk twee procent van het totale energieverbruik van Duitsland voor hun rekening namen. Mobiele telefonie, dat loopt via dezelfde kabels als internet, was verantwoordelijk voor één procent. Alle Duitse pc’s, beeldschermen en laptops droegen nog eens zeven procent bij. Volgens Fettweis is het energieverbruik van de Duitse ict-sector dus tien procent van het totale verbruik. Fettweis berekende ook dat de wereldwijde ict-sector net zoveel koolstofdioxide uitstoot als al het vliegverkeer.
Een energieverbruik van twee procent lijkt niet onoverkomelijk, ware het niet dat het verbruik haastig groeit, met zestien tot twintig procent per jaar. ‘Deze groei houdt al jaren aan en ik verwacht dat hij zeker tot 2020 doorgaat’, zegt Fettweis. ‘Als de groei tot 2030 aanhoudt, dan zou het energieverbruik van alleen het internet net zo groot zijn als al het mondiale energieverbruik van nu.’
Kennelijk is Fettweis niet de enige die zich zorgen maakt. Plotseling worden op verschillende plekken plannen gelanceerd om de ict-sector energiezuiniger te maken. Wetenschappers van de Universiteit van Berkeley berichtten deze maand dat sommige servers dertig procent minder stroom kunnen verbruiken door ze met slimme software in daluren uit te schakelen. Het hoofdthema van ‘s werelds grootste computerbeurs Cebit in Hannover, in maart, was green IT. Ook in Nederland zijn er de komende maanden verschillende kleine congressen over green IT, onder meer van chipfabrikant NXP en onderzoeksbureau IDC. NXP heeft sinds kort succes met de GreenChip, een computervoeding die minstens tien procent minder energie verbruikt dan conventionele voedingen. ‘Jarenlang ging het alleen maar om de snelste computerprocessor, het snelste internet of het grootste computergeheugen. Niemand bekommerde zich om het energieverbruik’, zegt Koonen. ‘Maar dat lijkt sinds vorig jaar te veranderen. Opeens is het besef doorgedrongen dat internet veel energie verbruikt. Daaraan kunnen we met onderzoek naar nieuwe optische schakel- en transporttechnieken een hoop doen.’ Internet moet blijven groeien, anders valt de kenniseconomie stil. Maar dat kan zonder dat het energieverbruik verder toeneemt, aldus Fettweis. Bijvoorbeeld als hittebestendige elektronica zou worden gebruikt. Het koelen van computers, die niet te heet mogen worden, kost veel energie, wel dertig tot zestig procent bovenop het energieverbruik van de computer. Maar volgens Fettweis kunnen er computers gemaakt worden die bestand zijn tegen hoge temperaturen en geen koeling nodig hebben. Het datacentrum in de Eemshaven gebruikt al de nieuwste technologieën om energie te besparen. Trots toont sitemanager Loer zijn ‘vrije koeling’, een nieuw en energiezuinig koelsysteem. Loer erkent dat het milieu niet de enige drijfveer is voor deze innovatie. ‘Voor ouderwetse, energieverslindende datacentra krijg je geen milieuvergunning meer. Bovendien bespaar je enorm veel geld.’



